Arbocatalogus voor Verpleeg-,
Verzorgingshuizen en Thuiszorg

Richtlijnen

Doorsturen
In het Arbobesluit en de Arbeidstijdenwet staan specifieke regels voor het werken tijdens de zwangerschap en gedurende de periode van het geven van borstvoeding. Hieronder vindt u informatie over de meest relevante onderwerpen.

Voorlichting Art. 1.42a Arbobesluit:
Het is belangrijk dat werknemers goed worden voorgelicht over het werken tijdens de zwangerschap en in de periode van borstvoeding. De werkgever is verplicht deze voorlichting te geven binnen twee maanden nadat de zwangere medewerker heeft gemeld dat zij zwanger is.

In de voorlichting moet de werkgever aandacht besteden aan:

  • De risico’s van het werk voor de werknemer en haar (ongeboren) kind.
  • De maatregelen die zijn genomen om deze risico’s te voorkomen.
  • De beschikbare rustruimte.
  • De risico’s van het werk na de bevalling en de genomen maatregelen om deze risico’s te voorkomen. De voorlichting hierover doet de werkgever vóór het bevallingsverlof.
De risico’s van het werk voor de kwaliteit en kwantiteit van de borstvoeding en de genomen maatregelen om deze risico’s te voorkomen.

RI&E Art. 1.41 Arbobesluit
In de RI&E moet in het bijzonder aandacht worden besteed aan de risico’s van het werk voor zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven.

Organisatie van het werk Art. 1.42 Arbobesluit
De werkgever moet het werk van een zwangere medewerkster en een medewerkster die borstvoeding geeft zo regelen dat het werk geen gevaren met zich mee kan brengen voor haar veiligheid en gezondheid en geen terugslag kan veroorzaken op de zwangerschap of lactatie. Als dat niet mogelijk is, moet het werk of de werktijd tijdelijk worden aangepast of eventueel ander werk worden aangeboden.

Fysieke belasting Art. 5.13a Arbobesluit
De beoordeling of werkzaamheden te belastend zijn, is maatwerk. Dit vraagt de inzet van deskundige ondersteuning. Houdt bij het aanpassen van de arbeidsomstandigheden rekening met de volgende richtlijnen.

Gedurende de gehele zwangerschap:
  • Bukken, hurken of knielen zoveel mogelijk voorkomen;
  • Het met de hand gewichten tillen zoveel mogelijk beperken. Het in één handeling te tillen gewicht mag niet hoger zijn dan 10 kilogram.
  • Staan dient zoveel mogelijk beperkt te worden, vooral in het derde trimester van de zwangerschap
Vanaf de twintigste week van de zwangerschap:Het met de hand tillen van gewichten verder beperken:
  • Maximaal 10 keer per dag tillen, en
  • Per tilhandeling maximaal 5 kilogram
Vanaf de dertigste week van de zwangerschap:
  • Maximaal 5 keer per dag met de hand tillen van maximaal 5 kilogram;
  • niet meer dan eenmaal per uur hurken, knielen, bukken of staande voetpedalen bedienen.
Werk- en rusttijden Artikelen 4:5 t/m 4:8 Arbeidstijdenwet
Het aanpassen van werk- en rusttijden is een algemene maatregel om de belasting door het werk te verminderen. De wet bepaalt dat het werk van zwangere werkneemsters en werkneemsters in een periode van zes maanden na de bevalling zo moet worden ingericht dat rekening wordt gehouden met haar specifieke omstandigheden.

In de zwangerschap
De zwangere werkneemster heeft recht op:
  • een of meer extra pauzes die samen ten hoogste een achtste deel zijn van haar arbeidstijd;
  • een stabiel en regelmatig arbeids- en rusttijdenpatroon.
    Daarnaast kan zij niet verplicht worden tot nachtdiensten. De vrijstelling van nachtdiensten geldt alleen als dit redelijkerwijs van de werkgever kan worden gevraagd. Verder kan de zwangere werkneemster niet worden verplicht om:
  • meer dan 10 uren per dienst te werken;
  • meer dan 50 uren per week voor een periode van 4 weken te werken;
  • meer dat 45 uren per week voor een periode van 16 weken te werken.
Na de bevalling
Na de bevalling geldt voor een periode van zes maanden dezelfde regeling als die omschreven in voorgaande alinea. In de periode van borstvoeding. Voor het geven van borstvoeding of om te kolven mag de werkneemster de eerste negen levensmaanden van het kind het werk onderbreken voor maximaal een kwart van de arbeidstijd.

Rust- en voedingsruimte Art. 3.48 Arbobesluit
Voor het nemen van rust en het geven van borstvoeding/om te kolven moet een ruimte beschikbaar zijn waarin een bed of rustbank staat en die is af te sluiten, rustig is en privacy biedt. De werkgever en de werkneemster moeten concrete afspraken maken over de invulling van genoemde regelingen. De werkgever moet aan zijn verplichtingen voldoen binnen een redelijke termijn nadat een werkneemster daartoe een verzoek heeft gedaan.

Werkdruk
De balans tussen werkdruk en belastbaarheid kan in de zwangerschap snel veranderen. Voor zwangere werkneemsters die te maken hebben met werkdruk is het daarom van belang de ‘vinger aan de pols te houden’. De volgende aanvullende maatregelen zijn van belang om in de zwangerschap de werkdruk te beheersen:

1. Spreek iedere maand met de zwangere werkneemster over het werk in het algemeen en de werkdruk in het bijzonder. Heb oog voor het vinden van een (nieuwe) balans in de gecombineerde belasting werk –privé.

2. Tref maatregelen als de werkdruk te hoog is. Ga met de zwangere medewerkster na wat precies het knelpunt is. Is er bijvoorbeeld sprake van te veel werk, te lange werkdagen/overwerk, te moeilijk werk of te strakke deadlines?

3. Spreek maatregelen af om de werkdruk te verminderen. Voorbeelden zijn:
  • reserveren van rustmomenten in de agenda en het ‘heilig verklaren’ van de (lunch)pauzes.
  • tijdig beginnen met het overdragen van werk aan degene(n) die het werk in de verlofperiode overnemen. Dit heeft een positief effect op de werkdruk, maar ook op de continuïteit en kwaliteit van het werk.
4. Bewaak de randvoorwaarden bij het treffen van maatregelen:
  • Voorkom dat verhoging van de werkbelasting van collega’s optreedt.
  • Tref maatregelen die zo goed mogelijk aansluiten bij de maatregelen die genomen gaan worden tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof van de medewerkster.
5. Bewaak de sociale ondersteuning op de werkplek. De sociale steun van collega’s voor de zwangere werkneemster is van belang als buffer tegen de gevolgen van werkdruk. De leidinggevende heeft hier een voorbeeldfunctie.